Ik kan het
bijna niet geloven: ik zit in de lucht, onderweg naar Caïro.
Maanden
geleden gepland en toch nog onverwacht. Moe van de hectische week, leg ik mijn
hoofd tegen de rugleuning van de stoel voor mij. Ik sluit mijn ogen en val in
slaap. Alles gaat langs mij heen totdat ik ineens “wakker val”. Droomde ik dat
ik viel? Of was er turbulentie en viel het vliegtuig een stukje naar beneden?
Ik kijk naar buiten en zie aan de horizon de lucht kleuren. Fantastisch! De
einder kleurt van blauw via groen en geel naar oranje-rood. Ik waan me in
Afrika, waar de ondergaande zon als een vuurrode bal de lucht boven de zee of
woestijn doet verkleuren. Langzaam ontwakend bedenk ik dat we onmogelijk nu al
boven Afrika kunnen vliegen. Het is vijf uur, we zijn twee uurtjes onderweg en
vliegen waarschijnlijk ergens boven Oostenrijk ofzo.
Mijn
gedachten dwalen af. Vlak voordat het vliegtuig vertrok zag ik op Facebook het
programma voor het Cross the Nile Event. Op het programma staat een
demonstratie-zwemles, door mij gegeven. Ha, dat is een verrassing voor me! Door
de drukte van de laatste weken is het er nauwelijks van gekomen om het
programma door te spreken. Logisch dat de Seascouts ervan uitgaan dat ik
hetzelfde ga doen als vorig jaar. Maar
er is dit jaar veel gebeurd en dat wil ik graag zichtbaar maken. In mei ben ik
in Khartoem geweest en heb ik train-de-trainer lessen gegeven aan de
leidinggevenden van de Seascouts. De hele week stond in het teken van veilig,
efficiënt en speels zwemles geven. Als het goed is, zijn de Seascouts daarmee
aan de slag gegaan. Ik ben natuurlijk nieuwsgierig naar het resultaat daarvan.
Ik wil die resultaten laten zien! Met andere woorden: de Seascouts moeten de
demonstratie gaan geven. Daarmee maken we zichtbaar wat Swim to Survive in een
jaar tijd kan toevoegen aan de bestaande situatie. In gedachten ben ik alweer aan het werk. Ik
denk ook aan het appje dat ik ontving op Schiphol: probeer nog wat te slapen, om
11 uur hebben we een meeting op de ambassade, daarna vertrekken we naar de Nijl
voor de persconferentie.
Oei, daar
heb ik niet op gerekend. Ik wist dat de persconferentie in de middag plaats zou
vinden en ik had verwacht dat ik die in de ochtend voor kon bereiden. Ik kom om
03.00 uur in Khartoum aan en zal rond 04.00 uur op z’n vroegst in bed liggen.
Als ik dan tot 10 uur slaap, is dat voldoende voor me. Maar wanneer ga ik die
persconferentie dan voorbereiden? Ik had dat de afgelopen week willen doen.
Maar ik ben twee volle werkdagen kwijtgeraakt in Den Haag. Daardoor is veel werk
blijven liggen. Enkele zaken hebben vrienden en familie voor me opgevangen,
zoals het ophalen van de drijfmiddelen in Ermelo en het opmaken van de flyer
voor Zanzibar.
Waarvoor
mijn hartelijke dank natuurlijk!
De
persconferentie is één van de dingen die is blijven liggen. Ik had de inhoud
daarvan graag even afgestemd met de Seascouts en de ambassade. Ik denk dat ik
nu, in het vliegtuig, maar even begin met het voorbereiden daarvan. Alles wat
ik nu doe, hoeft morgen niet te gebeuren.
Het
schrijven gaat me makkelijk af en binnen korte tijd staat er een speech op
papier. Nu even lekker slapen. Maar het is eigenlijk de moeite niet: we zijn
bijna in Caïro waar ik overstap om naar Khartoem te vliegen.
Het volgende
vliegtuig was nog niet opgestegen of Babynke, die met me mee reist, ging overal
kussentjes verzamelen. Ze is moe en wil
slapen. Waar wij ons hoofd ’s avonds op een kussen leggen, doet Babynke het
anders. Ze klapt het tafeltje uit, legt er drie kussens op en legt haar hoofd
erop. De voldoening straalt van haar gezicht af als ze drie minuten later
slaapt.
Later
ontdekken we twee lege rijen en we verhuizen naar achteren. Zo kunnen we beiden
languit liggen. Een steward met een vriendelijk gezicht pakt een extra kussen
voor Babynke. Ze had er tenslotte pas drie… Hij pakt ook een extra deken en
legt die zorgvuldig over haar heen. Hij gaat achter haar zitten en kijkt af en
toe tussen de stoelen door of ze het nog wel naar haar zin heeft. Wat denk jij:
vier kussens en twee dekens! Lekker hoor! Een paar minuten later staat de
steward op om een extra dekentje voor Babynke te pakken. Die drapeert hij met
veel aandacht over de stapel dekens met daaronder het meisje. Ik glimlach en
merk dat Babynke er onrustig van wordt. Hij gaat weer achter haar zitten om
enkele minuten later een nieuw dekentje uit de verpakking te halen en die om
haar heen te leggen. Inclusief streling over haar rug. Ik ben stilletjes op
mijn hoede maar kan mijn lachen niet houden als ik hem nogmaals op zie staan om
een deken uit de verpakking te halen. Ik proest het uit en hij kijkt me
verbaast aan. Waarschijnlijk ziet hij nu voor het eerst dat deze blonde prinses
een moeder bij zich heeft. Hij glimlacht naar me en legt de deken over mij
heen. Haha, wat een vertoning! Gelukkig komt Khartoem in zicht. De lampen gaan
aan en we moeten rechtop zitten. Onze steward blijft dicht bij ons in de buurt
en neemt vriendelijk afscheid van ons.
Het
vliegveld van Khartoem is inmiddels bekend voor me. Ik kijk om me heen of ik
Moconen zie, de vaste chauffeur van de ambassade. Op één of andere manier lukt
het hem om zijn passagiers nog vóór de douane op te halen en ze dan razendsnel
langs de douane te loodsen. Helaas zie ik hem niet. Het gaat langzaam en als we
voorbij de douane zijn, kunnen we de bagage al van de band halen. We lopen
door naar de hal maar ook daar zien we Moconen niet. Buiten worden we
aangesproken door een chauffeur, die net doet alsof hij ons herkent. Ik ken hem
niet en de twijfel slaat toe als hij, met mijn koffer in de hand, naar een
onbekende auto toe loopt. Ho eens even!
Een onbekende chauffeur, een onbekende auto…. Klopt dit wel? Op hetzelfde moment zegt Babynke: “weet je wel zeker dat
dit de chauffeur van de ambassade is?”. Nee, dat weet ik niet zeker. Maar
ergens, ver in mijn vermoeide achterhoofd, begint een herinnering op te komen.
Op Schiphol ontving ik van een medewerker van de ambassade een appje dat we
door een chauffeur met een “van” opgehaald zouden worden. Na een controlevraag
stap ik met vertrouwen in.
Een kwartier
later zijn we in het appartement. Lekker schoon en netjes. En wat een
heerlijkheid: de harde bedden zijn vervangen door zachte matrassen. Het is
bijna vijf uur als ik mijn bed in rol. Ik sluit mijn ogen. Wel #@$%$)^!!! De
oproep voor het gebed schalt uit de minaretten! Nee hè!
Drie minuten later hoor
ik het niet meer. Ik val in een diepe slaap. Om 10 uur gaat de wekker. Ik
douche en loop naar de ambassade. We spreken het programma door en rijden naar
de Nijl. Daar worden we ontvangen door de Seascouts. De ontvangst is zeer hartelijk, als beste vrienden die elkaar jarenlang niet gezien hebben. Terwijl ik hier in mei van dit jaar nog was. Murtada vertelt me dat mijn cursus een revolutie ontketend heeft op de club en dat het hele systeem veranderd is. Ik glimlach want ik weet dat Murtada van superlatieven houdt. Maar ik geloof wel dat mijn komst verandering gebracht heeft. Ik ben dan ook heel benieuwd om deze week te zien hoever ze gekomen zijn en wàt er veranderd is.
Of Kale
English? Haha, waar mijn hersenen zich al niet mee bezig houden.Ik houd mijn
Engelse speech kort en samen beantwoorden we de vragen van de pers.
Thuisgekomen
is het al over vijfen. We hebben sinds het ontbijt niets meer gegeten en dat voelen we. We
gaan op zoek naar iemand die dollars kan wisselen in Sudanese Pounds. Daarmee lopen we naar de pizzeria en bestellen een giant pizza, waarvan we de laatste
punten in een papiertje pakken en mee naar huis nemen. “Lekker voor het ontbijt”, zegt Babynke.
We liggen
vroeg in bed. Morgen hebben we, als enige dag deze week, geen afspraken.
We gaan de omgeving
verkennen, met auto en chauffeur. Leuk, ik heb er zin in!
