Ik ben niet heel erg veeleisend en ik wil niet klagen over
onze hut. Ik heb veel gezien, veel lowbudget gereisd en ben wel wat gewend. En toch ga ik even zeuren nu...
Swim to Survive is een non-profit organisatie en we letten op de kleintjes, net
als Albert Heijn. Daarom heb ik deze goedkope hut geboekt. Geen luxe, goedkoop
en ik verwachtte er weinig van. Maar de eerste avond viel ik van de WC omdat de
bril er los op lag. De sporen van onze voorgangers waren nog in de pot aanwezig. In de
dagen dat we hier zijn is mijn bed steeds meer gaan wiebelen. Dat is nu zo erg
dat ik me niet meer om durf te draaien ‘s nachts omdat ik vrijwel zeker weet
dat de poten afbreken. De klamboe zit vol gaten en in al die dagen is de hut
niet één keer schoon gemaakt. Onze handdoeken zijn zwart geworden omdat het ons
niet lukt om schoon onder de douche vandaan te komen.
Maar er gebeurt
niets. Iedere avond zegt Greta: “morgen. Morgen komt er iemand om het te op te
lossen…”. Altijd alles Pole Pole, rustig aan. Ach, het went ook wel een beetje.
Naast de praktische zaken van dit project, ben ik druk met algemene Swim to Survive taken: presentaties maken, mails beantwoorden, informatie versturen,
jaarrekening doornemen, een subsidieaanvraag aanvragen. Gelukkig zijn er Swim
to Survivers die in Nederland doorwerken en veel voorbereiden. Dat scheelt mij
veel werk. Als het internet het doet,
werk ik meestal een paar uur “thuis”, om tegen de middag naar Paje of Jambiani te
rijden om te lunchen.
Maandag rijden we na de lunch naar de school in Jambiani. Ik
open de deur van de peuterklas en zie 14 peutertjes in een diepe slaap op hun
matjes liggen. Hun onderwijzeres, onze zwemonderwijzer Rosei, ligt in het midden.
Aandoenlijk! Wat een mooi gezicht! Dit is zo ver van onze wereld vandaan! Het
is toch ondenkbaar voor ons dat de lerares samen met haar leskinderen op de
vloer van het klaslokaal ligt te slapen? We lopen stilletjes door naar het
volgende klaslokaal. De kinderen springen op ons af. Ze zijn blij dat we terug
zijn! Vrijwel alle namen ploppen in ons geheugen op: Rose, Len, Asia,
Kimberley, Ale. Wat zijn ze veranderd! Ze zijn groot geworden, hebben hun haar
ingevlochten of zijn juist naar de kapper geweest. Sommigen zijn onherkenbaar! Ze
vertellen ons dat ze nu kunnen duiken, niet meer bang zijn om met hun hoofd
onder water te gaan of dat ze een heel baantje kunnen zwemmen. In zes maanden
kan veel gebeuren. Eerder deze week spraken we Mama Massage, de mooie volle
dame die in Kitete Beach massages geeft. Ze was zo blij om ons te zien,
omhelsde ons en kende zelfs onze namen nog. Ze vertelde ons dat ze nu ook kan
zwemmen, dankzij Rosei, de door ons opgeleide zwemonderwijzer. Ze is zo trots!
Dat in korte tijd veel kan veranderen ervaren we ook als we
langs het strand lopen. Er zijn
terrassen bij gekomen, kiteschools, vlaggen en tipi’s. Er lijken meer Masaï dan
ooit hun handelswaar aan te prijzen. Het toerisme lijkt snel op te komen..
Maar goed, terug naar de school. We praten met Rosei over de
zwemlessen en vertellen haar dat we het anders willen organiseren. We vertellen
dat we de zwemonderwijzers willen ontlasten door te zorgen dat zij niet meer
zelf hun zwemwater hoeven te regelen, hun inkomsten en hun leerlingen. We
willen dat de zwemonderwijzers de focus houden op de zwemlessen en gaan vanaf
nu de andere taken onderbrengen bij een coördinator of lokale NGO. Rosei is
daar heel blij mee. Ze voelde zich zwaar belast de laatste tijd, vooral omdat
de mannelijke zwemonderwijzers het vaak af laten weten. Dat is best te
begrijpen: ze houden op dit moment
weinig over aan de zwemlessen omdat hun loon opgaat aan rijst voor de kinderen.
De zwemonderwijzers willen voorkomen dat de kinderen met honger thuis komen en
daardoor niet meer naar de zwemlessen mogen komen. De kosten daarvoor betalen
de zwemonderwijzers uit eigen zak… Logisch dus dat de mannen, die ook op een
andere manier inkomen kunnen genereren, andere dingen gaan doen: vissen,
klussen etc. We beloven Rosei dat we dit aan gaan pakken. Deze week gaan we
naar Abbas en de Captain om te overleggen hoe we hen weer bij de zwemles kunnen
krijgen. In het ergste geval lukt dat niet en moeten we de focus verleggen.
’s Avonds werk ik nog een beetje. Er is geen elektriciteit
maar de batterij van mijn laptop is opgeladen. Ik zet de laptop op de
energiebesparende stand en werk door totdat mijn ogen dichtvallen van
vermoeidheid. Het is bloedheet in de hut. De ventilator werkt niet; het zweet
gutst van mijn lichaam. Dat niet alleen: zonder ventilator hebben we ook meer
last van muggen. Elora biedt aan om op het wiebelende bed te slapen. Ik neem
het aanbod maar wàt graag aan. Midden in de nacht gaat ineens de ventilator
aan. Er is weer elektriciteit!